Wat houdt de quasi-wettelijke verdeling in?

De quasi-wettelijke verdeling is ook wel bekend als het ‘Testament van de 21e Eeuw’. Deze vorm van uiterste wilsbeschikking wordt met name in de estate planningspraktijk toegepast. Wat is nu een quasi wettelijke verdeling? Hoe wordt deze vorm gegeven? Wat zijn de fiscale gevolgen? We beantwoorden al deze vragen hieronder.

Wettelijke verdeling

Sinds 1 januari 2003 geldt een nieuwe regeling voor het geval een overledene een echtgenoot (of geregistreerd partner) en één of meer kinderen als erfgenaam achterlaat. Deze regeling is gebaseerd op de ouderlijke boedelverdeling en wordt “de wettelijke verdeling” genoemd (4:13 BW). De echtgenoot wordt enig rechthebbende tot de nalatenschap. Hij krijgt dus alle bezittingen, maar moet de schulden voor zijn rekening nemen. De kinderen krijgen een geldvordering op de echtgenoot ter grootte van hun erfdeel (‘een tegoedbon’). Deze vordering is niet opeisbaar gedurende het leven van de langstlevende echtgenoot, tenzij deze failliet raakt (of in surseance van betaling komt te verkeren).

De vordering van de kinderen draagt een inflatiecorrectie. De rente bedraagt de wettelijke rente minus 6 procent. Bedraagt de wettelijke rente 6 procent of minder, dan wordt geen rente vergoed. Bij testament kan een ander rentepercentage worden vastgesteld. Deze rentevergoeding is evenmin opeisbaar als de vordering zelf. Overigens kan de langstlevende echtgenoot met ieder kind afzonderlijk ook een – van de wet of testament – afwijkende rentevergoeding overeenkomen.

Beperkt kan bij testament aan de wettelijke verdeling “gesleuteld” worden. Zo kan o.a. het rentepercentage worden gewijzigd, een stiefkind worden gelijkgesteld met eigen kinderen.

Daarnaast kunnen de opeisbaarheidsgronden worden uitgebreid. Ook kan bij testament de omvang van het erfdeel van de langstlevende en de kinderen worden gewijzigd. Anderzijds kan ook een kind worden onterfd.

Het nadeel: mogelijke ongedaanmaking

Aan de wettelijke verdeling kleeft een nadeel. Binnen drie maanden na het overlijden kan de echtgenoot de wettelijke verdeling ongedaan maken (4:18 BW). Dit geschiedt bij notariële akte, die binnen de drie maanden wordt ingeschreven in het boedelregister. Na ongedaanmaking zijn de erfgenamen gezamenlijk gerechtigd tot de nalatenschap en dienen zij deze samen te verdelen. De ongedaanmaking dient voor de gehele wettelijke verdeling te geschieden. Partieel kan de wettelijke verdeling niet ongedaan gemaakt worden. Alles of niets derhalve. De termijn van drie maanden is te kort om een verdeling van de nalatenschap (fiscaal) op maat te maken.

Quasi varianten

De basis gedachte van de wettelijke verdeling, het ongestoord voortleven van de langstlevende echtgenoot, in combinatie met de fiscale gevolgen van deze regeling voor de inkomstenbelasting en erfbelasting maken deze regeling gewild. Echter, de korte termijn voor de ongedaanmaking, de alles of niets consequentie hiervan en de beperkte mogelijkheid te sleutelen aan de wettelijke verdeling zelf zorgen voor frustratie. Om wel de lusten binnen te halen, maar niet de lasten is er de quasi-wettelijke verdeling. In de praktijk zijn verschillende varianten ontwikkeld.

Het begin wordt gemaakt met het geheel opzij zetten van de wettelijke verdeling. Net als de ongedaanmaking op grond van artikel 4:18 BW, zorgt dit voor een onverdeelde nalatenschap.

Langstlevende

Het ongestoord voortleven van de langstlevende wordt vervolgens binnengehaald door de langstlevende als kapitein op het schip te plaatsen. De bevoegdheden en de zeggenschap komen geheel bij de langstlevende te liggen. Hij of zij bepaalt welke koers gevaren wordt.

Dit kan op verschillende manieren. Zo kan de langstlevende echtgenoot bekleed worden met een afwikkelingsbewind. De bevoegdheid wordt gegeven als afwikkelingsbewindvoerder te verdelen als ware er een wettelijke verdeling.

Een andere variant is de langstlevende als executeur de testamentaire last op te leggen te verdelen als ware er een wettelijke verdeling. De verplichtende variant bestaat uit een combinatie van executele en testamentaire last. De executeur krijgt van de erflater de verplichting opgelegd om de nalatenschap te verdelen alsof de wettelijke verdeling gegolden zou hebben. Een combinatie van beiden is eveneens mogelijk.

Uiterste wilsbeschikking

Als de basis voor de quasi-wettelijke verdeling is gelegd, dient men vervolgens in de uiterste wilsbeschikking de verdere spelregels te vormen zoals ook gelden bij de wettelijke verdeling. Denk aan de bepaling inzake de opeisbaarheid, rente over de niet-opeisbare vordering etcetera.

Meer weten?

Wilt u meer weten over de quasi-wettelijke verdeling of ondersteuning hierbij van een notaris? Gerrits & Van Gulick Notarissen staat u graag bij. U kunt ons bereiken via t. +31 492 – 36 21 21 of e-mailen op het volgende e-mailadres: info@gvgn.nl.

Contactformulier